De Adelaar
Mensen die de moed hebben
gevonden om voor de eerste keer naar de landelijke bijeenkomst te komen willen
wij
graag op onze manier complimenteren. Dat geldt ook voor de mensen die iets meer
voor de club doen, dan “lid zijn” alleen...
Dat doen wij door een kaart te sturen met daarop afgebeeld een machtige adelaar in
de vlucht.
Wist jij dat adelaars hele goede ouders zijn?
Het nest bevindt zich altijd ergens op een plaats die voor niet-adelaars
onmogelijk te bereiken is. Veelal op de richel van een steile bergwand.
Het mannetje broedt ook mee. En tijdens de verzorging van de jongen (als zij uit
het ei zijn gekropen) vliegen beide ouders af en aan om hun kroost te voeden en
het nest zuiver te houden.
Op het moment dat de jongen genoeg vliegoefeningen achter de rug hebben, wordt
het tijd voor de eerste solo vluchten.
Wij hebben ons laten vertellen dat als de jongen niet durven, de ouders hen tòch uit
het nest kieperen. Zij zijn er volkomen van overtuigd dat hun kroost het kàn
(vliegen).
Mocht het onderweg fout gaan, dan duiken pa of ma er achteraan en vangen het
fladderende jong op en zetten het terug op het nest.
In ieder geval heeft het jong dan geen angst meer en kan het gewoon verder vol
zelfvertrouwen naar het op eigen wieken voortbewegen toe groeien.
Veel leden hebben het gevoel dat er in hun jonge jaren géén ouderlijke support
was.
We moesten het eigenlijk zelf maar uitzoeken.
In de metafoor van de adelaar zou dat betekenen dat zij te pletter zouden
vallen.
In veel gevallen is dat ook gebeurd.
Aan de grond.
Alleen.
Niemand die zich om hen bekommert. Hooguit andere vogels
die en passant de jonge adelaar adviseren om ook, net als zij, een goede
kalkoen, kip of spreeuw te worden.
Velen hebben wij met gebroken vleugels bij de Vereniging zien binnen komen.
Het is voor ons een bijzondere eer te hebben mogen aanschouwen hoe sommigen na
verloop van tijd op eigen kracht weg konden vliegen. Er zijn exemplaren bij die
we nooit meer terug hebben gezien. Tja, zo zijn adelaars nu eenmaal.
Ook kennen wij er een paar die hoog in de lucht, schier onaantastbaar, rondcirkelen.
Zij zijn het zichtbare voorbeeld voor hen die nu nog aan het begin van dat
knokkerstraject staan.
Heel soms komen zij even op de rand van het nest uitblazen. Zij voelen zich dan
weer heel even adelaar onder de adelaars, maar weldra gaan zij weer op de
wieken.
Hun eigen toekomst tegemoet.
Alleen en toch niet eenzaam.